Vraag & antwoord

Hoeveel contant geld moet je in huis hebben voor noodgevallen?

Het korte antwoord

De Nederlandsche Bank adviseert sinds begin 2025 om contant geld in huis te hebben voor noodsituaties, als richtbedrag zo'n 70 euro per volwassene en 30 euro per kind, het liefst in kleine biljetten. Bij stroom- of netwerkstoringen doen pinautomaten en betaalterminals het immers ook niet.

We betalen bijna alles digitaal, en precies dat maakt een storing zo voelbaar: bij een grote stroom- of netwerkstoring vallen pinbetalingen, betaalapps en geldautomaten tegelijk uit. De Nederlandsche Bank gaf daarom begin 2025 het advies om thuis een kleine contante reserve aan te houden, genoeg voor circa drie dagen eerste levensbehoeften: denk aan water, eten en medicijnen voor onderweg of bij de winkel die alleen nog cash aankan.

De genoemde richtbedragen (rond de 70 euro per volwassene, 30 per kind) zijn bewust bescheiden: het gaat niet om een spaarpot maar om overbrugging. Kies kleine biljetten en wat muntgeld; wisselen is bij een storing lastig en winkeliers kunnen grote coupures vaak niet aannemen.

Bewaar het geld op een vaste, onopvallende plek bij je nooddocumenten, niet in je portemonnee die toch elke dag meegaat. En zie het als onderdeel van het grotere geheel: contant geld, kopieen van documenten en een opgeladen powerbank vormen samen de praktische laag van je zelfredzaamheid.